Nieuws

Stikstof krijgt grip op bermen en dijken

Gepubliceerd op
23 september 2021

Als gevolg van de grote hoeveelheid stikstof in lucht en bodem groeien ook buiten de natuurgebieden steeds minder soorten wilde planten en bloemen. Veel gemeenten en waterschappen proberen dit leefgebied voor vlinders, bijen en andere insecten te herstellen door aanpassing van het maaibeleid.

De helft van de Nederlandse bermen wordt niet gemaaid, maar geklepeld. Door het hakselen van de berm blijven plantenresten achter en stapelt stikstof op. Ook het gebruik van zwaar materieel of te kiezen voor het verkeerde tijdstip, nemen stikstofminnende grassen en kruiden de overhand.

Met het oog op biodiversiteit kan het maaien sowieso beter in het najaar plaatsvinden na de bloeiperiode als ook de bloemzaden zijn gevormd. Als eerder in het seizoen maaien nodig is, raden ecologen aan om dat in etappes te doen. Een andere optie is in het vroege voorjaar als het gras al omhoog is gekomen en bloemen en kruiden nog geen bloemknoppen hebben.

Vlindersterfte

De Vlinderstichting heeft met Kleurkeur een nieuwe standaard neergezet voor ecologisch bermbeheer. Naast het stoppen van klepelen en het gefaseerd maaien volgens een beheerplan staat ook de vakbekwaamheid van de uitvoerders centraal. Daarnaast moet monitoring van flora en fauna inzichtelijk maken of het uitgevoerde beheer ook effect heeft voor de beheerdoelen die opgesteld zijn.

Grasmaaiers met een ingebouwde stofzuiger zijn volgens ecologen extra schadelijk. Die zuigen naast plantenresten ook zaden, insecten en rupsen op. Maaisel kan beter een paar dagen drogen, voordat het wordt afgevoerd. Zeker in juni en juli leidt het maaien tot de dood van veel vlinders. Volgens ecoloog Kars Veling van De Vlinderstichting houden insecten rekening met enorme sterfte binnen hun populatie door enorm veel eitjes te leggen. ‘Dat is in de evolutie zo gegroeid’, zegt Veling tegenover Nu.nl.

Europese regelgeving

Met 139.000 kilometer aan bermen en ruim 3000 kilometer spoor beslaan deze natuurstroken minstens 2% van het Nederlandse landoppervlak. Volgens Europese regelgeving moet voor 2030 minimaal 10 procent van het landelijk gebied ecologische waarde hebben, zoals de blauw-groene dooradering. Dijken, bermen en sporen bieden daarbij als 'kruidenrijk grasland' de kans om een ecologische verbinding door Nederland te zijn.

In een steeds intensiever gebruikte omgeving groeit het belang van bermen als leefgebied. Zeer zeldzame planten en dieren, zoals de orchidee rood bosvogeltje en de vlinder donker pimpernelblauwtje zijn in Nederland soms alleen in wegbermen te vinden. Bermen vormen ook een belangrijke schakel in de levenscyclus van insecten. Ze vinden er voedsel en nestgelegenheid en verspreiden zich vanuit bermen naar het omringende landschap.

Distels en berenklauw

De bermen kunnen ook bronnen van overlast zijn. Boerenorganisatie LTO Noord heeft bij provincies in West-Nederland aangedrongen op het belang van scherper bermbeheer. Vooral de weelderige groei van het giftige jacobskruiskruid baart de belangenorganisatie zorgen. ‘Het kan tot zieke of zelfs dode koeien, schapen en paarden leiden', stelt beleidsmedewerker Ard Mooij in Nieuwe Oogst. Ook de vele schadelijke distels en berenklauwen in de berm zijn de boeren een doorn in het oog.

Tegelijkertijd zijn agrariërs op tal van plaatsen als bermbeheerders actief, al dan niet in samenwerking met agrarische natuurverenigingen. In het oosten van het land zoeken gemeenten en agrariërs naar een beheervorm om de biodiversiteit te versterken in combinatie met een minimale overlast.

Volgens LTO Noord zit veel winst in de juiste keuze van zaaimengsels. Zo kan het zaaien van nieuwe mengsels op termijn averechts werken, waardoor gekweekte varianten en uitheemse soorten de overhand kunnen krijgen. Veel insecten zijn bovendien afhankelijk van specifieke inheemse bloemen en planten.

Foto: Shutterstock